Borstvlies

Borstvlieskanker/ Mesothelioom

In Nederland wordt per jaar bij circa 545 mensen borstvlieskanker vastgesteld, vooral bij mannen. De komende jaren is nog een toename te verwachten. De meeste patiënten zijn 55 jaar of ouder.

De medische naam voor de ziekte is mesothelioom. Sommige mensen gebruiken de term longvlieskanker of asbestkanker.

Bij een klein aantal patiënten (5 tot 10%) zit de ziekte niet in het borstvlies, maar in het buikvlies (peritoneum) of het hartzakje (pericard).

In de borstkas bevinden zich de longen, aan weerszijden van het hart. De longen zijn opgebouwd uit elastisch, sponsachtig weefsel. De rechterlong bestaat uit drie longkwabben, de linkerlong uit twee longkwabben. Elke long is omgeven door een vlies, het longvlies (d). Ook de binnenkant van de borstkas is bekleed met een vlies: het ribvlies (c). Samen vormen zij het borstvlies.

Tussen het ribvlies en het longvlies bevindt zich een dunne laag vocht: het pleuravocht. Dit vocht zorgt ervoor dat de beide vliezen bij het in- en uitademen makkelijk langs elkaar kunnen glijden.

Onder normale omstandigheden bevindt zich tussen beide vliezen slechts een kleine hoeveelheid vocht. Maar bij aandoeningen van de longen, het borstvlies of het hart kan deze hoeveelheid vocht flink toenemen.

Groeiwijze en uitzaaiingen
Een tumor in het borstvlies zal vaak doorgroeien naar omringende weefsels, zoals de borstkas, de longen, het middenrif of de organen in de buik. Zoals bij de meeste soorten kanker kunnen er ook bij borstvlieskanker uitzaaiingen (metastasen) optreden.

Bij verspreiding via het bloed en/of de lymfe kunnen er uitzaaiingen in bijvoorbeeld de lever, het buikvlies en/of de botten ontstaan. Deze uitzaaiingen worden meestal pas in een laat stadium van de ziekte ontdekt.

Uitzaaiingen in het borstvlies

Bij patiënten met een andere soort kanker, bijvoorbeeld longkanker, kunnen er uitzaaiingen ontstaan in het borstvlies. In dat geval is er echter geen sprake van borstvlieskanker. De behandeling wordt dan afgestemd op de soort kanker waarvan de uitzaaiing afkomstig is.

Oorzaken

Er is een duidelijk verband aangetoond tussen blootstelling aan asbest en het ontstaan van borstvlieskanker. Daarom spreken sommige mensen ook wel van asbestkanker. Op dit moment zijn er geen andere oorzaken van borstvlieskanker bekend.

Asbest bestaat uit heel fijne vezels. Deze kunnen bij inademing in de longen achterblijven en vanuit het longweefsel in het borstvlies terechtkomen. Hierdoor kan zich vervolgens borstvlieskanker ontwikkelen.

Er zijn verschillende soorten asbest:

wit (chrysotiel)

blauw (crocidoliet)

bruin (amosiet)

Alle soorten asbest kunnen tot borstvlieskanker leiden.

De meeste mensen met borstvlieskanker hebben langdurig en intensief blootgestaan aan asbest. De tijdsduur tussen het contact met asbest en de ontwikkeling van borstvlieskanker is zeer lang en kan variëren van tien tot meer dan vijftig jaar.

Borstvlieskanker wordt als een beroepsziekte gezien. Veel patiënten hebben deze ziekte opgelopen in hun werk door blootstelling aan asbest. Zij hebben bijvoorbeeld op een scheepswerf gewerkt, in de bouw of als electro-, verwarmings- of automonteur.

Voorheen konden uitsluitend mensen die vanwege hun beroep bloot hebben gestaan aan asbest een schadevergoeding aanvragen bij de overheid. Vanaf december 2007 kunnen alle mensen die door contact met asbest in Nederland mesothelioom hebben gekregen een tegemoetkoming krijgen.

Tussen roken en borstvlieskanker is geen relatie aangetoond.

Borstvlieskanker is, net als alle andere soorten kanker, niet besmettelijk. Dus ook het slijm dat iemand met deze soort kanker ophoest, vormt geen enkel risico voor andere mensen.

Borstvlieskanker is niet erfelijk.

Symptomen
Een borstvliestumor kan verschillende klachten veroorzaken. Kleine afwijkingen aan de borstvliezen geven meestal geen klachten. De klachten ontstaan pas wanneer de tumor groter wordt of als er veel vocht tussen de vliezen ontstaat. Dit laatste komt bij de meeste borstvliestumoren voor. Soms wordt borstvlieskanker bij toeval op een röntgenfoto ontdekt.

De meest voorkomende symptomen zijn:

plaatselijke of meer verspreide pijn op de borstkas

kortademigheid door vochtophoping tussen het ribvlies en het longvlies

vermagering

algeheel gevoel van lusteloosheid, vaak in combinatie met vermoeidheid

moeilijker bewegen van een borsthelft

Er kunnen zich ook andere symptomen voordoen. Deze zijn afhankelijk van de plaats van de tumor en het eventueel doorgroeien naar andere weefsels of organen. Klachten die hierdoor kunnen ontstaan zijn:

veel hoesten

een zwelling op de borstkas: deze wordt veroorzaakt doordat de tumor tussen de ribben groeit

moeilijkheden met slikken: dit kan komen doordat de tumor op de slokdarm drukt

Wanneer er geen sprake is van vochtophoping tussen de borstvliezen kan de borstkas platter worden en scheef gaan staan. Hierdoor komt de ene schouder lager te staan dan de andere.

Bij voortschrijding van het ziekteproces treedt bij veel patiënten een verslechtering van de algehele conditie op. Dit gaat gepaard met toenemende vermoeidheid, slechte eetlust en gewichtsverlies.

Onderzoek
Als u met een of meer van de volgende symptomen bij uw huisarts komt, zal deze u eerst lichamelijk onderzoeken:

plaatselijke of meer verspreide pijn op de borstkas

kortademigheid door vochtophoping tussen het ribvlies en het longvlies

vermagering

algeheel gevoel van lusteloosheid, vaak in combinatie met vermoeidheid

moeilijker bewegen van een borsthelft

Ook kan hij het noodzakelijk vinden om een longfoto te laten maken. Als uw huisarts aanwijzingen heeft dat er sprake kan zijn van borstvlieskanker, zal hij u verwijzen naar een specialist.

De volgende onderzoeken kunnen dan plaatsvinden:

CT-scan (computertomografie)

Pleurapunctie

Pleurabiopsie

Thoracoscopie

Thoracotomie
CT-scan (computertomografie)

Een computertomograaf is een apparaat waarmee organen en/of weefsels zeer gedetailleerd in beeld worden gebracht. Bij het maken van een CT-scan wordt gelijktijdig gebruikgemaakt van röntgenstraling en een computer.

Het apparaat heeft een ronde opening waar u, liggend op een beweegbare tafel, doorheen wordt geschoven. Terwijl de tafel verschuift, maakt het apparaat een serie foto’s waarop telkens een ander ‘plakje’ van het orgaan of weefsel staat afgebeeld. Deze ‘doorsneden’ geven een beeld van de plaats, grootte en uitbreiding van een eventuele tumor en/of uitzaaiingen.

Vaak is een contrastvloeistof nodig. Meestal krijgt u deze vloeistof tijdens het onderzoek in een bloedvat van uw arm gespoten. Contrastvloeistof kan een warm en weeïg gevoel veroorzaken. Sommige mensen worden er een beetje misselijk van. Om ervoor te zorgen dat u hier zo min mogelijk last van heeft, is het advies enkele uren voor het onderzoek niet te eten en te drinken.

Er zijn mensen die overgevoelig zijn voor de contrastvloeistof. Als u denkt dat u eerder zo’n overgevoeligheidsreactie heeft gehad (koorts, zweten, duizeligheid), is het belangrijk dit voor het onderzoek aan uw arts te melden. In dat geval zal voor een CT-scan zonder contrastvloeistof of een andere oplossing worden gekozen.

Pleurapunctie

Als zich vocht ophoopt in de ruimte tussen het longvlies en het ribvlies, is het belangrijk om dit vocht te onderzoeken. Er wordt met een dunne naald tussen de ribben geprikt om het vocht te kunnen opzuigen (pleurapunctie).

Omdat het meeste vocht zich vrijwel altijd aan de achterkant van een van de longen bevindt, wordt via de rug geprikt. De patholoog onderzoekt het vocht met een microscoop.

Het is niet altijd mogelijk om aan de hand van het pleuravocht een diagnose te stellen.
Pleurabiopsie

Als het onderzoek van het pleuravocht onvoldoende informatie oplevert, wordt soms met een speciale naald een klein stukje borstvlies weggenomen (pleurabiopsie). Het stukje borstvlies wordt weggenomen nadat de huid en de ribben plaatselijk zijn verdoofd. Het verkregen weefsel wordt vervolgens verder onderzocht.
Thoracoscopie

Met een thoracoscopie kijkt de specialist in de borstkasholte. Dit onderzoek wordt ook wel kijkoperatie genoemd.

Eerst wordt de borstkas plaatselijk verdoofd.Daarna maakt de arts een kleine snee in de borstkas en plaatst hij een buisje in de opening. Door dit buisje onderzoekt de arts met een speciale kijker de borstkasholte. Ook kan hij door deze opening vocht uit de borstkas wegzuigen.

Bijna altijd worden er tijdens een thoracoscopie enkele stukjes borstvlies weggenomen voor verder onderzoek. Het wegnemen van deze stukjes weefsel kan pijnlijk zijn, omdat het borstvlies niet goed te verdoven is. Dit onderzoek kan ook onder algehele narcose plaatsvinden.

Na afloop van de thoracoscopie moet er enkele dagen een dunne slang in de borstkas achterblijven om het vocht weg te kunnen laten lopen. De long krijgt zo bovendien de gelegenheid om zich goed te ontvouwen.
Thoracotomie

Soms kunnen stukjes borstvliesweefsel alleen via een operatie worden verkregen (thoracotomie). De chirurg opent de linker- of rechterborstholte, onderzoekt deze en neemt wat weefsel weg voor nader onderzoek.

Tijdens deze ingreep kan de chirurg eventueel een groter deel van het rib- en/of longvlies verwijderen. Dit kan de vochtophoping tussen de vliezen beperken.

Het kan bijzonder moeilijk zijn om op grond van microscopisch onderzoek van het pleuravocht en het borstvliesweefsel vast te stellen of er sprake is van borstvlieskanker. Daarom wordt het vocht of het weefsel opgestuurd naar pathologen die hier veel ervaring mee hebben. Het duurt daarom enige tijd voordat de uitslag bekend is.

Vervolgonderzoek

Na de diagnose borstvlieskanker is vaak nader onderzoek nodig om vast te stellen of er uitzaaiingen zijn. Aan de hand van deze gegevens kan uw arts bepalen welke behandeling het meest geschikt is.

De volgende onderzoeken kunnen dan plaatsvinden:

echografie van de lever

longfunctie-onderzoek

PET-scan (Positron Emissie Tomografie)

skeletscintigrafie
Echografie van de lever

Een echografie kan eventuele uitzaaiingen in de lever aantonen. Bij dit onderzoek wordt gebruikgemaakt van geluidsgolven. Deze golven zijn niet hoorbaar, maar de weerkaatsing (echo) ervan maakt organen en/of weefsels zichtbaar op een beeldscherm. Eventuele uitzaaiingen kunnen zo in beeld worden gebracht.

Tijdens het onderzoek ligt u op een onderzoektafel. Nadat op uw huid een gelei is aangebracht, wordt daarover een klein apparaat bewogen dat geluidsgolven uitzendt. De afbeeldingen op het beeldscherm kunnen op foto’s worden vastgelegd.

Echografie is een eenvoudig, niet belastend onderzoek. Wel is het soms noodzakelijk dat u enkele uren voor het onderzoek niet eet en drinkt.
Longfunctie-onderzoek

Met een longfunctie-onderzoek is te beoordelen in welke mate de longfunctie beperkt is door de tumor of eventuele andere longaandoeningen. Indien een operatie gepland is, kan de arts vooraf beoordelen of de longfunctie hiervoor goed genoeg is.

Bij dit onderzoek vraagt de longfunctie-assistent u om in en uit te ademen in een mondstuk dat verbonden is met een longfunctie-apparaat. Op die manier kan de assistent nagaan hoeveel lucht de longen in- en uitademen. Ook kijkt hij in welke mate de longen in staat zijn zuurstof uit de ingeademde lucht op te nemen.

PET-scan (Positron Emissie Tomografie)

De meeste kankercellen hebben een verhoogde stofwisseling, waarbij veel suiker wordt verbruikt. Door aan suikermoleculen een radioactieve stof te koppelen, is het mogelijk om kankercellen via een PET-scan zichtbaar te maken. De tumor neemt tegelijk met de suikermoleculen, de radioactieve stof op. Deze stof zorgt ervoor dat de kankercellen te zien zijn.

De PET-scan wordt bij borstvlieskanker meestal gebruikt om eventuele uitzaaiingen op te sporen.

Als voorbereiding op de PET-scan is het belangrijk dat u minimaal zes uur voor het onderzoek niet meer eet. Drinken is wel toegestaan, zolang de dranken geen suiker bevatten. Als u suikerziekte (diabetes) heeft, zal de voorbereiding in overleg met de verwijzend arts plaatsvinden.

Via een bloedvat in uw arm wordt de radioactieve stof met de suikermoleculen toegediend. Daarna moet u enige tijd stil liggen. Ter bescherming van de omgeving vindt deze voorbereiding plaats in een aparte kamer.

Na ongeveer een uur hebben de (eventuele) kankercellen voldoende radioactieve stof opgenomen en start het onderzoek. Daarvoor ligt u op een onderzoektafel. De camera wordt om u heen geplaatst. Vlak voor het maken van de foto’s wordt u gevraagd te plassen, omdat anders de hoeveelheid radioactiviteit in de blaas het onderzoek kan verstoren.

Na het onderzoek is de radioactieve stof grotendeels uit uw lichaam verdwenen; er is geen gevaar voor u of uw omgeving.

Skeletscintigrafie

Een skeletscintigrafie (ofwel een botscan) kan (eventuele) uitzaaiingen in de botten zichtbaar maken. Tijdens het maken van de botscan ligt u op een onderzoektafel, terwijl een camera langzaam over u heen beweegt.

Voor dit onderzoek krijgt u via een bloedvat in uw arm een radioactieve stof toegediend. Na enkele uren komt deze stof in uw botten terecht en worden er foto’s gemaakt.

De hoeveelheid radioactiviteit die gebruikt wordt is klein, waardoor er geen schadelijke effecten te verwachten zijn. Contact met anderen is gewoon mogelijk. Gedurende de wachttijd kunt u eventueel naar buiten.

Twee dagen na het onderzoek is de radioactieve stof vrijwel helemaal uit uw lichaam verdwenen.
Stadiumindeling

Om te kunnen bepalen welke behandeling(en) hij u voorstelt, moet uw specialist weten uit welke soort cellen de tumor is ontstaan, hoe kwaadaardig de cellen zijn en in welk stadium de ziekte is. Onder het stadium verstaat men de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid.

De specialist stelt het stadium van de ziekte vast door onderzoek te doen naar:

de plaats en grootte van de tumor

de mate van doorgroei in het omringende weefsel

de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen ergens anders in het lichaam

Bij borstvlieskanker onderscheidt men vier stadia:

Stadium I: de tumor is beperkt gebleven tot het borstvlies aan één kant van de borstkas Stadium II: de tumor is doorgegroeid naar de long en/of dieper in de borstkas of in het middenrif aan één zijde van de borstkas Stadium III: de tumor is doorgegroeid in de borstkasspieren en/of ribben en/of het hart of het mediastinum (ruimte tussen beide longen) aan één zijde van de borstkas Stadium IV: de tumor zit aan beide kanten van de borstkas en/of in beide longen en/of verder in het lichaam.

Deze stadiumindeling is belangrijk voor de inschatting van de prognose en het bepalen van de behandeling.
Spanning en onzekerheid

Het kan enige tijd duren voordat u alle noodzakelijke onderzoeken heeft gehad en het stadium en de aard van uw ziekte bekend zijn.

Waarschijnlijk heeft u vragen over de aard van uw ziekte, het mogelijke verloop daarvan en de behandelmogelijkheden. Vragen die tijdens de periode van onderzoeken nog niet te beantwoorden zijn. Dat kan spanning en onzekerheid met zich meebrengen, zowel bij u als bij uw naasten.

Het kan helpen als u weet wat er bij de verschillende onderzoeken gaat gebeuren. Die informatie krijgt u niet altijd vanzelf.

Vraag er daarom gerust naar op de afdelingen waar de verschillende onderzoeken plaatsvinden

Behandeling

Bij patiënten met borstvlieskanker zijn de afgelopen jaren verschillende therapieën toegepast, zoals:

chemotherapie (behandeling met celdodende en celdelingremmende medicijnen)

bestraling (radiotherapie)

operatie (chirurgie)

gentherapie (het inbrengen van genetisch materiaal in lichaamscellen)

immunotherapie (behandeling met middelen die de eigen afweer stimuleren)

Toch blijven de vooruitzichten voor een patiënt met borstvlieskanker slecht: genezing of langdurige overleving is eigenlijk niet mogelijk.
Behandeling van klachten

Hoewel een behandeling gericht op genezing of langdurige overleving niet mogelijk is, zal alles in het werk worden gesteld om de klachten die de ziekte met zich meebrengt, te remmen, te verminderen of te voorkomen. Dit wordt een palliatieve behandeling genoemd.
Chemotherapie

In overleg met uw behandelend arts kan worden gekozen voor

Chemotherapie De te verwachten belasting en bijwerkingen van deze behandeling kunt u het beste met uw behandelend arts bespreken.

Chemotherapie wordt bij borstvlieskanker steeds vaker toegepast, omdat de resultaten van deze therapie steeds beter worden. Inmiddels kan de levensverwachting door chemotherapie met gemiddeld een jaar toenemen. Daarbij kan chemotherapie verlichting geven van de klachten.

Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen (cytostatica). Er zijn verschillende soorten cytostatica, elk met een eigen werking.

De medicijnen kunnen op verschillende manieren worden toegediend, bijvoorbeeld per infuus, als tablet of per injectie. Via het bloed verspreiden zij zich door uw lichaam en kunnen op vrijwel alle plaatsen kankercellen bereiken. Vaak worden verschillende combinaties van medicijnen gegeven.
Cytostaticakuur

Meestal worden de cytostatica gedurende een aantal kuren toegediend volgens een vastgesteld schema. Hierna volgt een rustperiode van een aantal dagen of weken waarin u geen cytostatica krijgt. Een dergelijk schema van toediening met daarna een rustperiode heet een cytostaticakuur. Zo’n kuur wordt enige malen herhaald.

Bijwerkingen

Cytostatica tasten naast kankercellen ook gezonde cellen aan. Daardoor kunnen onaangename bijwerkingen optreden, zoals:

haaruitval

misselijkheid en braken (acute misselijkheid en overgeven zijn meestal te bestrijden met medicijnen)

darmstoornissen

verhoogd risico op infecties

vermoeidheid

De bijwerkingen verminderen meestal geleidelijk nadat de cytostaticatoediening is beëindigd. Of u last krijgt van bijwerkingen van chemotherapie hangt onder meer af van de soorten en hoeveelheden cytostatica die u krijgt.
Bestraling (radiotherapie)

Bij borstvlieskanker wordt voor bestraling gekozen om klachten, zoals pijn en slikklachten, te verminderen. Ook wordt radiotherapie wel gegeven om verspreiding van kankercellen na het nemen van een biopt te voorkomen. En het wordt toegepast bij mensen die in het kader van onderzoek naar nieuwe behandelingen een operatie hebben ondergaan.

Bestraling is een plaatselijke behandeling met als doel de kankercellen te vernietigen, terwijl de gezonde cellen zo veel mogelijk gespaard blijven. Kankercellen verdragen straling slechter dan gezonde cellen en herstellen zich er minder goed van. Gezonde cellen herstellen zich over het algemeen wel.

De straling komt uit een bestralingstoestel (lineaire versneller). Het te behandelen gebied wordt van buitenaf – door de huid heen – bestraald. De radiotherapeut of radiotherapeutisch laborant zorgt ervoor dat de stralenbundel nauwkeurig wordt gericht en dat het omliggende, gezonde weefsel zo veel mogelijk buiten het te bestralen gebied blijft.
Bijwerkingen

Bestraling beschadigt niet alleen kankercellen, maar ook gezonde cellen in het bestraalde gebied. Daardoor kunt u met een aantal bijwerkingen te maken krijgen. Over het algemeen hebben patiënten gedurende de bestralingsperiode ook last van vermoeidheid.

De meeste klachten verdwijnen meestal enkele weken na afloop van de behandeling. Op de bestralingsafdeling krijgt u gerichte adviezen om zo min mogelijk last te hebben van de bijwerkingen.

 

Operatie (chirurgie)

Een operatie wordt slechts een enkele keer gedaan. Dit kan alleen in een vroeg stadium van de ziekte en wanneer de patiënt daarna een behandeling met bestraling en/of chemotherapie kan ondergaan. Bij een operatie blijven namelijk kankercellen achter waardoor een vervolgbehandeling noodzakelijk is.

Een operatie wordt meestal uitgevoerd als palliatieve behandeling.
Nieuwe ontwikkelingen

Voor borstvlieskanker vindt er wetenschappelijk onderzoek plaats met gentherapie, immunotherapie en nieuwe vormen van chemotherapie. Deze behandelingen worden soms aangeboden in het kader van onderzoek naar nieuwe behandelingen.

De voordelen van deze behandelingen zijn nog niet duidelijk. Uw arts zal het met u bespreken als u voor een van deze behandelingen in aanmerking komt.

Lees hier meer algemene informatie over onderzoek naar nieuwe behandelingen.

 

Vermoeidheid

Vermoeidheid kan ontstaan door kanker en/of de behandeling van kanker. Bij patiënten met borstvlieskanker heeft de vermoeidheid vaak te maken met kortademigheid en/of met het voortschrijdende ziekteproces.

Zie verder behandelingen algemeen en afzien van behandeling

Pijn en kortadimigheid

Borstvlieskanker kan pijn en kortademigheid veroorzaken.

Pijn

In het begin van de ziekte hebben veel mensen geen pijn. Als de ziekte zich uitbreidt in de ribbenkast of als er sprake is van uitzaaiingen (bijvoorbeeld in de botten), kan wel pijn optreden.

Pijn is een ingewikkeld verschijnsel. Er treedt een pijnprikkel op, bijvoorbeeld omdat een tumor op een zenuw drukt. Deze pijnprikkel gaat via de zenuwbanen naar de hersenen. Er komt als het ware een telefoonverbinding tot stand tussen de pijnlijke plaats

 

Kortademigheid

Bij borstvlieskanker treedt vaak kortademigheid op. Dit komt door de aanwezigheid van vocht tussen het ribvlies en het longvlies.

De tumor groeit in het vlies dat om de long heen zit en zorgt daardoor dat die long niet meer goed kan mee-ademen. Dat kan voelen als een riem die constant te strak is aangetrokken.

Uw arts zal na een kijkoperatie of nadat hij een drain (afvoerslang) tussen de borstvliezen heeft gelegd, het vocht wegzuigen. Het weghalen van het vocht heeft tot gevolg dat u minder kortademig bent.

Plakken

Om te voorkomen dat er opnieuw vocht tussen de vliezen komt, kan de arts via de drain een stof inspuiten, waardoor beide vliezen met elkaar verkleven. Het vocht komt dan meestal niet meer terug. Men noemt deze behandeling ook wel ‘plakken’.

Ook tijdens een kijkoperatie kunnen medicijnen in de borstholte ingebracht worden om het rib- en longvlies met elkaar te verkleven.

Angst

Om de kortademigheid te verlichten kunt u ook thuis zuurstof krijgen. Ook morfine kan de kortademigheid verlichten.

Misschien bent u bang voor de manier waarop u komt te overlijden, door verstikking bijvoorbeeld. Als er geen enkele behandeling plaatsvindt, is dit op zich een reële angst. Maar in de praktijk komt het nauwelijks voor, omdat artsen veel kunnen doen om dit te voorkomen. Bespreek deze angst daarom met uw arts.

Wisselwerking gevoelens en klachten

Kortademigheid en pijn hoeven niet altijd het gevolg te zijn van de ziekte. Angst, paniek of boosheid kunnen ook een rol spelen. Boosheid om wat u overkomt. Angst om afhankelijk te worden van anderen of angst voor de dood. Allerlei gevoelens die door uw ziekte worden opgeroepen, kunnen uw lichamelijke klachten versterken.

En andersom: wanneer het mogelijk is een deel van die angsten en spanningen weg te nemen, kunnen pijn en kortademigheid verminderen.

Voeding

Goede voeding is voor iedereen belangrijk, maar zeker als u kanker heeft is het zaak extra alert te zijn op wat u eet en drinkt. In een goede voedingstoestand kunt u de behandeling doorgaans beter aan en heeft u minder kans op complicaties.

Om uw gewicht en conditie op peil te houden, gaat het erom voldoende energie (calorieën), eiwitten, vocht en voedingsstoffen zoals vitamines en mineralen binnen te krijgen.

Soms ontstaan door een behandeling problemen met eten, omdat bijwerkingen zoals slechte eetlust en misselijkheid het eten moeilijk maken. Meestal zijn deze bijwerkingen tijdelijk.

Voldoende drinken is van belang. Er is vocht nodig om de afvalstoffen via de nieren af te voeren. Daarom is het goed 1,5 tot 2 liter vocht per dag te gebruiken (2 liter = 10 glazen of 13 kopjes).

Vermoeidheid na kanker

Geen gewone vermoeidheid

Uit onderzoek blijkt dat 20 tot 40% van de mensen die na hun behandeling goede vooruitzichten hebben, kampen met langdurige vermoeidheid. Het gaat hier niet om vermoeidheid tíjdens de behandeling van kanker. Daar hebben de meeste patiënten mee te maken. Die vermoeidheid is een vervelend bijverschijnsel van de ziekte en/of behandeling en gaat meestal weer over.

Is dat niet het geval, dan is er sprake van ongewone vermoeidheid. Ook wanneer u er enige tijd of zelfs jaren na de behandeling last van krijgt, gaat het niet om gewone vermoeidheid.

Artsen en andere zorgverleners hebben vermoeidheid na kanker lang niet serieus genomen. Gelukkig wordt dit meer en meer verleden tijd. Patiëntenorganisaties en individuele ex-kankerpatiënten hebben veel aan de erkenning van het probleem gedaan. Er wordt sinds tien jaar wetenschappelijk onderzoek naar verricht.

U weet zelf maar al te goed wat de vermoeidheid voor uw leven betekent. Over oorzaken en behandelmethodes daarentegen is helaas nog lang niet alles bekend. Maar één ding is door het wetenschappelijk onderzoek van de laatste jaren wél duidelijk geworden: u hoeft de vermoeidheid niet te accepteren als een voldongen feit waar helemaal niets aan te doen is. In het gunstigste geval verdwijnt de vermoeidheid of wordt deze minder, in het minst gunstige geval kunt u er beter mee omgaan.

Herstel

Uit onderzoek blijkt dat in de eerste drie à vier jaar na het beëindigen van de behandeling(en) de vermoeidheid nog kan herstellen zonder therapie. We brengen hier de gevolgen van langdurige vermoeidheid in kaart en zetten de mogelijke oorzaken en de factoren die deze vermoeidheid in stand houden, op een rij. Nog belangrijker: u vindt adviezen waarmee u de vermoeidheid het hoofd kunt bieden of in de hand kunt houden.

2 gedachten over “Borstvlies

  1. mijn man is geopereerd van slokdarmtumor en krijgt nu een nabehandeling met modified tcf heeft ondertussen nog 2 operaties achter de rug hij heeft vocht tussen longvlies en ribben bijde kanten.er zijn tumorcellen gevonden in het vocht maar de longen zijn niet aangetast waarschijnlijk komt het vocht van de buik maar dit kunnen ze nog niet met zekerheid zeggen,er moet nog een petscan komen.kan iemand mij meer vertellen over eventuele gevolgen en genezing ?
    Groeten
    Christel

  2. Hoi christel
    Mijn vader zou geopereerd worden maar is uitgezaaid naar zijn longvlies en gaat dus niet door hoe is het nou met jou man
    Gr lisa

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *