Borst kanker

Wanneer bij u of één van uw dierbaren de diagnose borstkanker is gesteld, kunnen er veel vragen bij u opkomen. Vragen over bijvoorbeeld het verloop van de ziekte en  behandelingsmogelijkheden

borstkanker en hoe ontstaat het?

Ons lichaam is opgebouwd uit cellen met ieder een eigen functie. Om hun werk goed te blijven doen, worden oude cellen opgeruimd en nieuwe cellen gevormd door celdeling. Hierbij ontstaan uit één cel twee cellen die zich vervolgens opnieuw delen, enzovoort. Tijdens de celdeling gaat wel eens iets fout. Deze fout gedeelde cellen gaan in het overgrote deel vanzelf dood en worden door het lichaam opgeruimd. Af en toe gebeurt dit echter niet en kunnen deze cellen zichzelf verder delen. Als in de loop van de tijd ongeveer vijf blijvende fouten in het DNA materiaal  (onze genen) van een borstweefselcel zijn ontstaan, kan dit een kankercel veroorzaken. Kankercellen kunnen zich ongeremd delen, waardoor er steeds meer van deze “foute cellen” ontstaan. Op deze wijze ontstaat een tumor. Bij borstkanker ontstaat deze in de meeste gevallen (80%) uit cellen in de melkklierkanaaltjes. Over het algemeen ontstaat borstkanker in één borst (bijna nooit in de twee borsten tegelijk). Bij de helft van de patiënten blijkt de tumor zich linksboven in de linkerborst of rechtsboven in de rechterborst te ontwikkelen.

Hoe borstkanker exact ontstaat, is helaas niet bekend wel dat oestrogenen dit kunnen beinvloeden. We weten echter wel dat vroege  diagnose van borstkanker veel beter is doordat de ziekte zich dan beter laat behandelen.

Het is belangrijk dat u uw eigen borsten goed kent. U leert zo de veranderingen die uw borsten ondergaan tijdens de menstruele cyclus te herkennen en kunt bij niet eerder opgemerkte veranderingen vroegtijdig uw huisarts raadplegen. De huisarts zal u onderzoeken en indien nodig doorsturen voor nader onderzoek.

Vraag daarom uw arts iedere verandering die u in uw borst voelt te beoordelen. Ook veranderingen van de tepel, zoals plotselinge afscheiding of een ingetrokken tepel, kunnen een aanwijzing zijn.

Kan ik vermijden dat ik borstkanker krijg?

Een actieve levenstijl en een gezonde voeding kunnen de kans op borstkanker verkleinen.
Vrouwen die regelmatig bewegen, hebben minder risico op borstkanker dan vrouwen die weinig bewegen. Dit geldt zeker voor vrouwen na de menopauze.
Doe dus elke dag minstens een half uur matig fysieke inspanningen zoals wandelen, fietsen, zwemmen, tuinieren.
Voor borstkanker is er nog geen specifiek bewijs dat voeding het risico doet dalen. Toch is gezonde voeding aan te raden omdat het, samen met beweging, overgewicht voorkomt. En overgewicht – vooral na de menopauze – verhoogt het risico op borstkanker.
• breng genoeg afwisseling op uw bord
• eet veel groenten en fruit
• vervang vlees regelmatig door vis, eieren of andere vleesvervangers
• vervang dierlijke vetten door onverzadigde plantaardige vetten
• wees zuinig met alcohol

Alle risico’s op borstkanker uitschakelen kan niet. Het enige dat we écht kunnen doen is de ziekte vroegtijdig opsporen zodat er snel ingegrepen kan worden. Hoe vroeger borstkanker ontdektwordt, hoe groter de kans op volledige genezing. Een klein gezwel kan makkelijk verwijderd worden. Meestal kan de borst zelf gespaard blijven en is er nadien weinig of niks van de ingreep te merken.
Probleem is dat borst kanker lange tijd in het lichaam kan sluimeren zonder dat u er iets van merkt. Kleine tumoren veroorzaken immers meestal geen klachten.
De beste manierom borstkanker in een vroeg stadium te ontdekken is een röntgenfoto van de borsten (mammografie) te laten nemen.

 

Kans op borstkanker

Sommige vrouwen hebben een verhoogde kans op het ontwikkelen van borstkanker. Dit geldt met name voor:

* Vrouwen die erfelijk belast zijn (moeder en/of zusters hebben borstkanker gehad) * Vrouwen die al eerder borstkanker hebben gehad

* Vrouwen die zijn behandeld voor bepaalde goedaardige borstafwijkingen

Een licht verhoogd risico geldt voor:

* Kinderloze vrouwen of vrouwen die pas na hun 35e kinderen hebben gekregen * Vrouwen die nooit borstvoeding hebben gegeven * Vrouwen die hun eerste menstruatie hadden voor hun 12e jaar of pas na hun 50e in de overgang zijn gekomen. * Alle vrouwen boven de 50 jaar (algemeen leeftijdsrisico) * Vrouwen met mastopathie (cysten van de melkkanaaltjes) * Vrouwen die alcohol drinken * Vrouwen die hormonen gebruiken voor bestrijding van overgangsklachten en/of osteoporose * Vrouwen met overgewicht vetten in de borst kunnen oestrogenen opwekken * Vrouwen met weinig lichaamsbeweging

Alle vrouwen kunnen borstkanker krijgen, ook degenen die niet tot een groep met (licht) verhoogd risico behoren.

Wanneer borstkanker op tijd wordt ontdekt, is het dankzij nieuwe behandelingen veelal goed te behandelen en kunnen veel patiënten genezen. Zorg daarom dat u zich snel laat onderzoeken als u zelf iets ontdekt.

Mannen met borstkanker

Borstkanker komt ook bij mannen voor. Het aantal is echter veel geringer dan bij vrouwen. Eén op de honderd borstkankerpatiënten is een man. Het is daarom belangrijk dat ook mannen die last hebben van pijn of een knobbeltje in de borst zich laten onderzoeken. De behandeling van borstkanker bij mannen is nagenoeg gelijk aan die bij vrouwen.

 

Erfelijkheid

Het lichaam is opgebouwd uit cellen. Elke cel heeft een kern waarin zich 23 chromosomenparen bevinden.  Chromosomen zijn voor een groot gedeelte opgebouwd uit DNA en zijn onderverdeeld in genen. Een gen is een stukje chromosoom dat bestaat uit DNA en informatie bevat over een bepaalde erfelijke eigenschap. Van elk paar chromosomen is het ene chromosoom afkomstig van de moeder en het andere van de vader. Ouders geven dus ieder de helft van hun chromosomen door aan hun zoon of dochter.

Indien in een familie bij drie of meer familieleden bosrtkanker voorkomt, of wanneer in de familie naast borstkanker ook eierstokkanker voorkomt, kan er sprake zijn van een erfelijke aanleg. Daarnaast kan het ontstaan van borstkanker op relatief jonge leeftijd, het voorkomen van borstkanker in beide borsten, of borstkanker bij de man een aanwijzing zijn voor een mogelijke erfelijke aanleg in de familie. Er kan een DNA-onderzoek gedaan worden om erfelijkheid aan te tonen of uit te sluiten.

Erfelijke borstkanker kan worden veroorzaakt door een verandering (een zogenoemde mutatie) van het BRCA-1(breastcancer)-gen op chromosoom 17 of het BRCA-2 gen op chromosoom 13. Een mutatie in één van deze twee of beide genen kan borstkanker en eventueel ook eierstokkanker veroorzaken. In het geval van erfelijke borstkanker wordt dit veranderde BRCA-gen door de ouder doorgegeven aan het nageslacht. Door middel van DNA-onderzoek kan men aantonen of deze afwijkende BRCA-genen bij iemand aanwezig zijn. Vrouwen die een BRCA1- of 2-genmutatie hebben geërfd, hebben ongeveer 50 tot 85% kans om gedurende hun leven borstkanker te krijgen.

Erfelijke borstkanker komt voor bij 5 tot 10% van alle borstkankerpatiënten.

Blijkt iemand een erfelijke vorm van borstkanker te hebben, dan wil dat nog niet zeggen dat alle familieleden deze ziekte krijgen.

 

in stadia

Bij borstkanker onderscheidt men verschillende stadia. De indeling van borstkanker vindt plaats volgens de zogenaamde TNM-clasificatie. Deze deelt de ziekte in op basis van de mate waarin zij voortgeschreden is. T staat voor grootte van de tumor (doorsnede in cm), N voor het aantal aangedane lymfeklieren  en M voor eventuele metastasen (uitzaaiingen).

Een meer nauwkeurige indeling vindt plaats op basis van het pathologisch onderzoek. Het vaststellen van het precieze celtype  en de gradtie is van groot belang voor de behandeling en prognose van de ziekte (kans op terugkeer, overlevingsduur) omdat bepaalde vormen sneller groeien dan andere.

Men kan borstkanker in drie groepen indelen:

1. Voorstadium (Casinoma in situ, ook wel stadium 0 genoemd). De tumor is nog niet buiten de grens van één melkklier of melkgang gegroeid. Ongeveer 10% van de patiënten heeft bij diagnose dit voorstadium.

2. Vroeg stadium: geen uitzaaiingen. Het vroege stadium wordt onderverdeeld in I, II a/b of III a/b afhankelijk van tumorgrootte en het aantal aangedane lymfeklieren.

3. Laat stadium: uitzaaiingen aanwezig; ook wel stadium IV genoemd.

Vroeg stadium (I-II-III)

Bij deze patiënten is sprake van invasief groeiende borsttumoren. Dit betekent dat de tumor door de wand van een melkklier of melkgang gegroeid is en eventueel nabijgelegen lymfeklieren zijn aangedaan. Elders in het lichaam zijn nog geen uitzaaiingen gevonden. De meeste patiënten behoren tot deze groep en genezing is veelal mogelijk. Dit stadium kan na pathologisch onderzoek in drie gradaties en een veelheid van celtypen worden onderverdeeld (zie laboratoriumonderzoek). Daarnaast wordt een indeling gemaakt op basis van de grootte van de tumor en het aantal aangedane lymfeklieren. De prognose en keuze van de meest geschikte behandeling is afhankelijk van tumorgrootte, aantal aangedane lymfeklieren, de gradatie en het celtype. De behandelmogelijkheden worden individueel op de patiënt afgestemd en besproken. Vraag uw behandelend arts naar de resultaten van het pathologisch onderzoek en overleg de behandelmogelijkheden. De gratis brochure “interpreteren van het pathologieverslag” is via deze website te downloaden of bestellenen en is een goede leidraad.

Laat stadium (IV)

Bij deze patiënten zijn uitzaaiingen aangetroffen in andere organen of weefsels dan de borst of lymfeklieren nabij de borst. Uitzaaiingen ontstaan doordat kankercellen via de lymfevaten of bloedvaten versleept worden naar andere delen van het lichaam. Daar nestelen zij zich en delen zich opnieuw, zodat ook in dat lichaamsdeel een tumor ontstaat. Bij borstkanker komen uitzaaiingen behalve in de lymfeklieren vaak terecht in de botten, longen, lever of hersenen. Wanneer dergelijke uitzaaiingen zijn aangetroffen, is genezing niet meer mogelijk. Wel kan door middel van behandeling vaak de duur van het leven worden verlengd en de kwaliteit worden verbeterd.

 

Oestrogeen- en progesteron-receptoren

De groei van normale borstcellen wordt gecontroleerd door hormonen, vooral oestrogeen en progesteron. Deze hormonen bevestigen zich aan speciaal gereserveerde plaatsen in de cel: de zgn. “receptoren”. Als de borstkankercellen ook dergelijke gereserveerde plaatsen hebben, lijken ze dus op de normale borstcellen. Deze kankercellen worden “oestrogeen-positief”, “progesteron-positief” of in het algemeen “receptor-positief” genoemd. Indien kankercellen receptor-positief zijn, kunnen ze bestreden worden met behulp van hormoontherapie, waarbij medicatie wordt toegediend die de werking van de hormonen blokkeert. Indien kankercellen receptor-negatief zijn, reageren ze niet op hormoontherapie en heeft de toepassing ervan dus ook geen zin. Aanwezigheid van oestrogeen- en progesteron-receptoren is een gunstige prognostische factor . Patiënten met receptor-positieve (oestrogeen en progesteron beiden positief) kankercellen hebben minder kans op terugkeer van de ziekte en hebben een betere overlevingskans, zelfs onafhankelijk van het feit of ze hormoontherapie krijgen of niet.

Differentiatiegraad

Hoe meer een borstkankercel lijkt op een normale borstcel, hoe beter de prognose voor de patiënt. Pathologen kennen een differentiatiegraad toe die gebaseerd is op de gelijkenis van de kankercellen met normale borstcellen en op de snelheid waarmee ze vermoedelijk groeien.  Goed gedifferentieerde tumoren hebben een betere prognose.

GX De differentiatiegraad kan niet worden vastgesteld. G1 Goed gedifferentieerd, laaggradig. G2 Matig gedifferentieerd. G3 Weinig gedifferentieerd. G4 Niet gedifferentieerd of ongedifferentieerd, hooggradig.

De meeste borstkankers zijn matig tot weinig gedifferentieerd.

S-fase graad Als cellen zich delen, gaan ze door een aantal stappen of fases. De S-fase is de fase waarin het DNA van de cel zich aan het kopiëren is en er dus een nieuwe identieke cel ontstaat. Als uit onderzoek blijkt dat vele cellen zich terzelfder tijd in deze S-fase bevinden hebben we waarschijnlijk te maken met een snelgroeiende tumor.

Her-2 overexpressie

De verhoogde expressie van Her-2 (dit is een receptor in de tumorcel die een groeifactor kan opvangen, waardoor de tumorcel gestimuleerd wordt) is een factor die de prognose negatief beïnvloedt. De aanwezigheid van dit antigen maakt behandeling mogelijk met Her-2-antilichamen (Herceptin).

Onderzoek

borst biopsy

Als er op de mammografie een afwijking wordt vastgesteld, dan kan er een punctie volgen (opzuigen van vocht en cellen met een lange, dunne naald) en/of een biopsie.
Bij een biopsie worden met een kleine ingreep cellen uit de borst verwijderd en onderzocht in het laboratorium. Aan de hand daarvan kan worden vastgesteld of de tumor goed- of kwaadaardig is.
Als de diagnose borstkanker valt, zijn andere onderzoeken nodig om te zien of er mogelijk uitzaaiingen zijn elders in het lichaam: een CT-scan of computertomografie (zeer gedetailleerde röntgenfoto’s van het lichaam), een botscan (of isotopenscan: onderzoek na inspuiting met een licht radioactieve stof om te zien of er uitzaaiingen in het bot zijn) en/of een echografie van de lever, een radiografie van borstkas en ruggengraat, enz.
Als er een vermoeden is van uitzaaiingen in de lever, worden er bloedtests uitgevoerd om te bepalen of de lever is aangetast.
Men bepaalt meestal ook de concentratie van een tumormerkstof (dit is een product dat door de kankercellen wordt aangemaakt) in het bloed.

borst  symptomen

Behandeling

De meest voorkomende behandelingen van borstkanker zijn een operatie, een behandeling met medicijnen (chemotherapie), bestraling (radiotherapie) en hormoontherapie. De arts zal meestal een combinatie van deze methoden adviseren, afhankelijk van de preciese aard en locatie van de tumor, de uitgebreidheid, het stadium, de algemene conditie en de leeftijd van de patiënt. Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de mogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen.

Chirurgie

Patiënten met borstkanker worden meestal geopereerd. De bedoeling is zoveel mogelijk aangetast weefsel weg te nemen. Hoeveel er wordt weggesneden, is afhankelijk van de locatie, de afmeting en het type van de tumor. Een mogelijke aantasting van een of meer lymfeklieren is een belangrijke factor bij het bepalen van de rest van de behandeling.

Verwijdering lymfeklieren (okseluitruiming)

Ook de lymfeklieren in de oksel kunnen worden verwijderd (okselevidement of -uitruiming). De verwijdering van de lymfknopen heeft een tweevoudig doel. Vaststellen of er kankercellen aanwezig zijn in de lymfknopen en het vastleggen van de vervolgtherapie op de operatie. Zo zal er bijvoorbeeld chemotherapie worden toegediend aan patiënten met aantasting van een of meer lymfeknopen en volgt er meestal radiotherapie van de oksel als er vier of meer lymfeknopen door kwaadaardige cellen zijn aangetast of als de kanker door het kapsel van de lymfkno(o)p(en) is gegroeid. Door de verwijdering van de lymfknopen wordt ook de nieuwe kankerhaard (of haarden) verwijderd. Een mogelijke bijwerking van het verwijderen van de okselklieren en vooral van de bestraling van de oksel is een gezwollen arm (lymfoedeem). Eén op twee vrouwen die een okseluitruiming gehad heeft, krijgt vroeg of laat last van een dikke arm. Als de arm zwelt, strak of zwaar aanvoelt of pijnlijk is na de okseluitruiming, meldt u dit het best meteen aan uw arts. Sommige patiënten krijgen pas jaren na de behandeling last van hun arm. Een regelmatige controle en gespecialiseerde kinesitherapie kunnen problemen voorkomen.

Soorten borstkanker

Borstkanker begint meestal in de cellen van de melkgangen (ductale kanker) of in de melkklieren (lobulaire kanker). Daarnaast bestaan er nog een aantal andere zeldzame vormen van borstkanker.

Lups

15% tot 20% van de borstkankers behoren tot de categorie van de niet-invasieve kankers, ook wel carcinoma in situ genoemd. Dit zijn kleine gezwellen die (nog) niet buiten de grenzen van de melkgang of de melkklier zijn gegroeid.
Verder gevorderde kankers worden invasief of infiltrerend genoemd. Zij hebben zich wel verspreid buiten de grenzen van de melkgang of de melkklier waarin ze zich zijn beginnen ontwikkelen.

Een kwaadaardige tumor van een klier wordt ook een adenocarcinoom genoemd. Zo goed als alle borstkankers zijn adenocarcinomen.
“Adenocarcinoom” wordt dikwijls gebruikt als synoniem voor zowel ductaal carcinoom als voor lobulair carcinoom.

Ductaal carcinoma in situ (DCIS)

Ductaal carcinoma in situ (DCIS) is een kanker in een zeer vroeg stadium die ontstaat in een melkgang. Het is niet-invasief, wat dus betekent dat het nog niet buiten de grenzen van de melkgang waarin het is ontstaan is gegroeid. Het kan zich dus ook niet hebben verspreid naar de lymfknopen in de oksel of naar andere delen van het lichaam.

Er bestaan verschillende types van DCIS. Als ze niet worden verwijderd, zullen sommige zich ontwikkelen tot een invasief carcinoom, andere zullen nooit naar dit stadium evolueren. Ductaal carcinoma in situ is zeer goed te genezen.

Lobulair carcinoma in situ (LCIS)

Lobulair carcinoma in situ (LCIS) is een niet-invasief gezwel dat ontstaat in een melkklier en (nog) niet buiten de grenzen ervan groeit.
Men gaat ervan uit dat LCIS een waarschuwing is voor een verhoogd kankerrisico. Vrouwen die LCIS hebben (gehad), hebben ongeveer 1% kans per jaar dat ze borstkanker ontwikkelen. Deze borstkanker kan zowel een invasief ductaal als een invasief lobulair carcinoom zijn.

Infasief lobulair carcinoom

Invasief lobulair carcinoom

Deze kanker ontstaat aan de uiteinden van de melkgangen of in de melkklieren. Ze veroorzaken eerder een algemene zwelling van de borst dan een knobbel. Ongeveer 5 tot 10% van alle borstkankers zijn van dit type. De prognose van deze vorm van borstkanker is iets beter dan die voor invasieve ductale carcinomen

Invasief ductaal carcinoom

In verder gevorderde stadia, groeien borstkankercellen buiten de grenzen van de melkgangen of melkklieren en beginnen het omliggende weefsel binnen te dringen. Vanaf dat ogenblik wordt de kanker “invasief” of “infiltrerend”.

Het invasief ductaal carcinoom (ook bekend als infiltrerend ductaal carcinoom) is de meest voorkomende vorm van borstkanker. Meer dan de helft van alle borstkankers behoren tot dit type.
Het invasief ductaal carcinoom voelt aan als een harde knobbel (bijna zoals een steen). Het heeft de neiging uit te zaaien naar de lymfknopen in de oksel en heeft de slechtste prognose van alle types ductale carcinomen.

Medullair carcinoom

Dit type van invasief ductaal carcinoom ziet er op het eerste gezicht mooi begrensd uit, maar verspreidt zich soms naar de lymfknopen.
Gezwellen van dit type kunnen groot worden, maar ze hebben een betere prognose dan het invasief ductaal carcinoom.
Ongeveer 5 tot 7% van alle borstkankers behoren tot dit type.

Mucineus of colloïd carcinoom

Dit type van invasief ductaal carcinoom bestaat uit een gelatineachtig gezwel. Het gezwel groeit traag, maar kan op termijn zeer groot worden.
Deze vorm van borstkanker heeft een zeer goede prognose.
Ongeveer 3% van de borstkankers behoren tot dit type

Tubulair carcinoom

Dit type van kanker produceert zeer veel kleine klieren en buisjes die sterk gelijken op de normale melkklieren en melkgangen.
Deze kanker zaait zich zelden uit naar de lymfknopen in de oksel en heeft een zeer goede prognose.

Invasief lobulair carcinoom

Deze kanker ontstaat aan de uiteinden van de melkgangen of in de melkklieren. Ze veroorzaken eerder een algemene zwelling van de borst dan een knobbel.
Ongeveer 5 tot 10% van alle borstkankers zijn van dit type. De prognose van deze vorm van borstkanker is iets beter dan die voor invasieve ductale carcinomen.

Ziekte van Paget

Dit is een zeer zeldzame vorm van borstkanker (ongeveer 1% van alle gevallen).
Het verschijnt als een jeukende huiduitslag rond de tepel en de tepelhof, die soms gepaard gaat met vocht- of bloedverlies uit de tepel. De opperhuid van de tepel bevat veelal tumorcellen.
De verandering aan de tepel worden in 50 tot 60% van de gevallen veroorzaakt door een onderliggend gezwel in de borst.

De prognose van deze vorm is dezelfde als die voor het type tumor dat zich in de borst bevindt. Als er geen onderliggende tumor wordt gevonden, is de prognose gunstig.

Phyllodes tumor
(of het “cystosarcoma phyllodes”)

Momenteel geeft men aan het “cystosarcoma phyllodes” de naam “phyllodes tumor” omdat het hier niet gaat om een sarcoom wat een kwaadaardige tumor is uitgaande van weefsels zoals bot-, kraakbeen-, spier-, vet- of bindweefsel.

De Phyllodes tumor is een zeldzame tumor van de borst en maken minder dan 1% uit van het totaal aantal solide tumoren van de borstklier. Ze worden vooral beschreven bij vrouwen en komen extreem zelden voor bij mannen.

Er bestaan zowel goedaardige als kwaadaardige varianten. De kwaadaardige variant (20% van het totaal) heeft een geschatte incidentie van 2 per 1 miljoen vrouwen per jaar. De gemiddelde leeftijd van de patiënt bij diagnose is 45 jaar hoewel de leeftijdsverdeling bij Aziatische vrouwen duidelijk jonger ligt. Het jongste gerapporteerde geval deed zich voor bij een meisje van 9,5 jaar oud.

Bij detectie hebben deze tumoren meestal een vrij grote omvang, gemiddeld een diameter van 5 cm. De standaardbehandeling start met heelkundige wegname van de tumor. Omwille van de grote omvang van de tumor gaat het hierbij vaak om een mastectomie. Het aantal keren dat de tumor terugkeert na heelkunde alleen ligt vrij hoog met een percentage van 10 tot 30 % voor goedaardige types en 5 tot 60 % voor kwaadaardige types. De volledige verwijdering met microscopisch negatieve snijranden is dan ook uitermate belangrijk. Een okseluitruiming wordt niet routinegewijs uitgevoerd bij deze tumoren omwille van de extreem lage incidentie van okselklieraantasting, zelfs bij de kwaadaardige groep.
Adjuvante radiotherapie heeft momenteel geen duidelijke plaats in de routinebehandeling van deze tumor. Lokale terugkeer wordt meestal behandeld met een nieuwe ingreep. Over het gebruik van adjuvante chemotherapie en hormoontherapie zijn onvoldoende gegevens beschikbaar.

Uitzaaiing doet zich zelden voor bij de phyllodes tumor (minder dan 5%) en doet zich alleen voor bij de hooggradige tumoren. Meestal gaat het dan om uitzaaiingen naar de longen (ongeveer 20%). De globale gemiddelde 5-jaarsoverleving voor de hele groep ligt rond 90%.

Inflammatoir carcinoomInflammatory

Dit is de ernstigste vorm van borstkanker. De huid over de kanker gaat ontsteken en zwelt op omdat de lymfvaten van de huid worden geblokkeerd door de kanker. De borst heeft een rode kleur en voelt warm aan, terwijl het onderliggende weefsel hard wordt.
Al is de prognose voor deze kankersoort de laatste jaren wel verbeterd door nieuwe behandelingsmethoden, toch blijft het de borstkanker met de minst gunstige prognose.

 

Wilt u meer weten over behandeling en operatie http://www.chirurgenoperatie.nl/pagina/borstkanker/borst_diagnostiek.php

 

 Hormoon therapie voor borstkanker

Ongeveer tweederde van de vrouwen met borstkanker hebben tumoren met insluiting van hormoonreceptoren. Dit betekent dat een tumor receptoren heeft voor oestrogeen (de zogenaamde ER positief) of progesteron (PR positief) of beide typen. Hormoontherapie is te geven  om de in het lichaam van nature voorkomende oestrogeen te blokkeren en de groei van de kanker te bestrijden. Vrouwen die ER-positief hebben meer kans om te reageren op hormoonbehandeling dan vrouwen die ER-negatief zijn.

Tamoxifen bij borstkanker Tamoxifen is een pil die per dag moet worden ingenomen en consequent gebruikt moet worden.  In de afgelopen drie decennia voor de behandeling van borstkanker. Tamoxifen kan worden gebruikt bij vrouwen van alle leeftijden, ongeacht of ze door de menopauze zijn gegaan.

Lange termijn (vijf jaar) gebruik van deze anti-oestrogeen middel is uit ervaring te voorschijn gekomen dat de kans op herhaling van borstkanker en nieuwe borstkanker bij vrouwen met ER-positieve of onbekende ER-borsttumoren verminderen. Artsen gebruiken dan om te behandelen tamoxifen bij uitgezaaide borstkanker . Het is ook gegeven om te voorkomen bij borstkanker aan gezonde vrouwen met een hoog risico om de ziekte te ontwikkelen. Vrouwen die tamoxifen krijgen hebben meer kans op kanker van de baarmoeder (endometriumkanker) te ontwikkelen dan andere vrouwen. DUS, Ze moeten regelmatige bekken controle en vertellen aan hun arts over alle abnormale baarmoeder bloedingen. Andere risico’s zijn diep-veneuze trombose, bloedstolsels in de longen, beroerte, en staar. Minder ernstige bijwerkingen zijn opvliegers en stemmingswisselingen. Tamoxifen voorkomt preventie van osteoporose.

Aromatase remmers en borstkanker Aromatase remmers zijn medicijnen die zijn effectief bij de behandeling van borstkanker, zowel in een vroeg stadium en gevorderde ziekte, volgens  nieuwe studies. Ze zijn echter alleen effectief bij vrouwen die voorbij de menopauze zijn. Aromataseremmer, gebruikt in zowel de vroege en gevorderde borstkanker, vermijden dat oestrogeen wordt geproduceerd. Ze remmen of inactiveren van het enzym aromatase, dat betrokken is bij de productie van oestrogeen.

Arimidex (anastrozol), Aromasin (exemestaan), en Femara (letrozol) aromataseremmers worden gebruikt om oestrogeen-receptor-positieve borstkanker bij postmenopauzale vrouwen, Ofwel Na behandeling met tamoxifen of als initiële therapie. Bijwerkingen van aromatase remmer Een ernstige bijwerking van aromataseremmers is de mogelijkheden van ontwikkeling van osteoporose of botbreuken. Botdichtheid tests worden gebruikt om dat te controleren op osteoporose. Andere bijwerkingen zijn opvliegers, spier-en gewrichtspijn, geheugenproblemen, en tot een verhoogde kans op hart-en vaatziekten.

Ovariële ablatie voor Borstkanker Studies hebben aangetoond hadden sommige vrouwen met borstkanker kunnen profiteren van ovariële ablatie, indien zij  nog niet gegaan zijn door de menopauze en hun kanker is oestrogeen-receptor positieve (ER-positief). Ovariële ablatie is een procedure die stopt de eierstokken met het produceren van het oestrogeen, die helpt de kankercellen om te groeien.

Dit kan gedaan worden door: Met behulp van radiotherapie Gericht op de eierstokken Chirurgisch verwijderen van de eierstokken Geeft de vrouw een luteïniserend hormoon-releasing hormoon (LHRH) agonist. Deze behandelingen stopt de werking van de eierstokken tijdelijk. ovariële ablatie kan gegeven worden in combinatie met tamoxifen therapie. Studies hebben aangetoond dat het geven aan vrouwen van alleen of met tamoxifen LHRH agonist dat het is minstens zo effectief  is als de chemo combinatie wordt gebruikt bij hormoongevoelige, vroege borstkanker en gemetastaseerde borstkanker bij premenopauzale vrouwen.

Voordat u met de behandeling begint, maak een lijstje van vragen  bij uw eerste afspraak. Het herkennen van een Borstkanker is Noodzaak Bel uw zorgverlener over uw borstkanker als u: Een temperatuur hoger is dan 100,4 Fahrenheit of 38.0 Celsius Indien u geen koorts en rillingen ervaart, waarschuw dan onmiddellijk uw arts. Als u geen contact opneemt met uw reguliere zorgverzekeraar, ga dan naar de eerste hulp. Als u merkt dat in je mond nieuwe zweren, patches, gezwollen tong, of bloeden tandvlees heeft Als u last hebt van een droge, brandende, krassend, “opgezwollen”  keel Een hoest die nieuw is of  aanhoud en levert of produceert slijm Veranderingen in de blaasfunctie, waaronder verhoogde frequentie of urgentie om te gaan, branderig gevoel tijdens het plassen of bloed in de urine Veranderingen in de gastro-intestinale functie, zoals zuurbranden, misselijkheid, braken, constipatie of diarree die langer dan wel twee of drie dagen duurt, of bloed in uw ontlasting.

2 reacties op “Borst kanker

  1. Pingback: borstkanker en hoe ontstaat het? | Hulp en informatie voor kankerpatiënten

  2. Pingback: Inflammatoir carcinoom (of mastitis carcinomatosa). | Hulp en informatie voor kankerpatiënten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML-tags en -attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

Current ye@r *